De Hampoort
Inleiding![]() |
| De Hampoort in 1732 - stadszijde (Tekening Cornelis Pronk) |
![]() |
| De Hampoort in 1732 - landzijde (Tekening Cornelis Pronk) |
Sinds 31 maart 2006 is het Graafs Museum gevestigd in de noordelijke vleugel van de in de periode 1686 - 1688 gebouwde Hampoort.
Dit indrukwekkende poortgebouw was tot in de tweede helft van de 19de eeuw onderdeel van de omwalling van de stad Grave.
Wat vooraf ging (vroegere Hampoorten)
Zodra om een stad een omwalling wordt aangelegd is het ook noodzakelijk om één of meer poorten te bouwen, waardoor men de
stad in of uit kan gaan.
Uit oude archiefstukken blijkt dat de stad Grave al in 1309 een Hampoort had.
De Hampoort, die ook wel Bossche Poort genoemd werd omdat hij op de weg naar 's Hertogenbosch lag, ontleent haar naam aan de 'ham' die op enige afstand buiten deze poort lag. Een 'ham' is een hoek aangeslibd land of een aan water gelegen weiland.
Deze oudst vermelde Hampoort was echter niet de Hampoort die we nu kennen en stond ook op een andere plaats, nl. in de huidige
Hamstraat ter hoogte van het pand De Eenhoorn.
In het begin van de 17de eeuw werd deze vroegere Hampoort vervangen door een nieuwe die ongeveer op de plaats van de huidige
Hampoort kwam te liggen. Maar ook dit nieuwe poortgebouw bestaat nu niet meer.
In 1672 (het beroemde 'rampjaar') was Grave in Franse handen geraakt. Twee jaar later (1674) heroverden de Staatse troepen
onder Prins Willem III na een vier maanden durend beleg de stad, waarbij nagenoeg de hele stad door de beschietingen onherstelbaar
beschadigd werd.
![]() |
| Foto van De Hampoort in 2006 - stadszijde |
![]() |
| Foto van De Hampoort in 2006 - landzijde |
1686 - heden (de huidige Hampoort)
Nadat de vrede getekend was (Vrede van Nijmegen 1678) tussen de Republiek en Frankrijk werden tussen 1679 en 1689 de Graafse
vestingwerken, die in 1674 zo ernstig te lijden hadden gehad geheel vernieuwd en uitgebreid. Hierbij werd ook (van 1686 tot
1688) de huidige Hampoort gebouwd. Als ontwerper van de Hampoort wordt architect d'Estangh gezien. Van hem is bekend dat hij
enige jaren in Grave heeft gewerkt.
Het gebouw kreeg een hal, doorgang en twee zijvleugels. De Hampoort werd opgetrokken van zand- en baksteen en gebouwd
in de klassieke Nederlandse barokstijl (classicisme), volgens de zg. Palladiaanse pilasterorde en bandverdeling.
(Palladio was een Italiaans architect die leefde van 1508 tot 1580. Pilasters zijn de
vierkante platte zuilen die uit de gevel naar voren komen.)
![]() |
| Foto timpaan Hampoort (landzijde) |
Boven de poort bevindt zich aan de landzijde een timpaan, voorzien van de wapens van de Republiek der Verenigde Nederlanden (links)
en van stadhouder Willem III Hendrik, prins van Oranje (rechts).
Het wapen van de Republiek toont een gekroonde klimmende leeuw voorzien van een zwaard en zeven pijlen (die de zeven provinciën
vertegenwoordigen. De wapenspreuk luidt 'concordia res parvae crescunt', hetgeen (vrij vertaald) betekent 'Eendracht maakt macht'.
Het wapen van de prins van Oranje heeft als wapenspreuk 'honi soit qui mal y pense'. Deze spreuk (Die ook het
motto is van de Engelse Orde van de Kouseband) betekent 'Schande over hem, die er kwaad van denkt.
Sinds de bouw is aan het uiterlijk van het gebouw vrijwel niets veranderd. Alleen heeft men in het midden van de vorige eeuw de kapvorm gewijzigd van een dubbel-zadeldak naar een plat met vier schilden.
De vestingwet van 1874 bepaalde dat Grave haar status van vestingstad verloor. Een gevolg daarvan was dat de rijksoverheid het onderhoud niet langer bekostigde. Voor de gemeente was het onderhouden veel te duur en daarom werden tussen 1876 en 1914 vrijwel alle vestingwerken van Grave gesloopt. Van alle toen aanwezige stadspoorten bleef alleen de Hampoort behouden al verloor ze wel haar functie van poortgebouw.
De Hampoort is in de ruim 300 jaren van haar bestaan gebruikt voor verschillende doeleinden. Tot de vestingwerken werden gesloopt was het gebouw natuurlijk primair een stadspoort, waarin in oorlogstijd troepen werden gelegerd. In vredestijd heeft de zuidelijke vleugel o.a. gediend als militaire bakkerij en de noordelijke vleugel als militair hospitaal. Aan het einde van de 19de eeuw werd de noordelijke vleugel woonhuis. De laatste bewoonster daarvan was mevrouw Paessens die er tot 2002 heeft gewoond.
Sinds 30 oktober 1993 is de zuidelijke vleugel in gebruik bij het Graafse Cloveniersgilde en sinds 31 maart 2006 is het Graafs Museum in de noordelijke vleugel gevestigd.
![]() |
Laatst gewijzigd: 29-sep-2006 | ![]() |